|
De
belangrijkste stammen in Gambia zijn: de Mandinka, de Fula
en de Jola. Verder zijn er ongeveer 1000 Libanezen en ongeveer
25.000 Senegalezen, en de Aku, afstammelingen van teruggekeerde
en bevrijde slaven.
Gambia
is een grotendeels islamitisch land. Rond de 90% van de
bevolking is islamiet, hoewel veel van de lokale bevolking
hun geloof combineren met het traditionele animisme. Ongeveer
10% van de bevolking behoort tot een vorm van christendom.
Omdat volgens de islam mannen maximaal vier vrouwen mogen
hebben, komt met name in het binnenland polygamie nog regelmatig
voor. In de steden is dit veel en veel minder het geval.
Gambia
heft een rijke traditie in muziek. Al vele eeuwen vertellen
muzikanten en griots (traditionele lofzangers) de verhalen
van families en clans, zodat de Wolof en de Mandinka hun
eigen identiteitsgevoel krijgen. Veel van de griots begleiden
zichzelf op de kora, een soort harp, die meestel door de
Mandinka vakkundig zijn gemaakt. Gambia's literaire traditie
is dan ook gebaseerd op de gamiliegeschiedenis en poetrie
die al eeuwenlang door de griots gemaakt zijn.
|